- Geboorteakte
Heden den achtsten augustus achttienhonderd vier en vijftig, is voor ons ondergeteekende, Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Ankeveen verschenen Gerardus Ketelaar van beroep werkman oud een en veertig jaren, wonende te Ankeveen welke ons heeft verklaard, dat op den zevenden augustus achttienhonderd vier en vijftig des middags ten twee ure, in het huis staande te Ankeveen in het dorp is geboren een kind van het vrouwelijk geslacht, uit Elizabeth Meester van beroep geen wonende te Ankeveen, zijne echtgenoot welk kind zal genaamd worden Theodora.
Zijnde deze inschrijving gedaan op aangifte van den vader.
Van welke verklaring wij deze akte hebben opgemaakt in tegenwoordigheid van Cors Boelhouwer van beroep geen oud zes en twintig jaren, wonende te Ankeveen en van Jordaan Bastiaan de Lange van beroep bode oud vijf en dertig jaren, wonende te Ankeveen en is deze akte na voorlezing door ons en de getuigen onderteekend, verklarende de aangever Gerardus Ketelaar door onkunde niet te kunnen schrijven.
Akte 11
|
- Overlijdensakte
Heden den zesden december achttienhonderd een en zeventig zijn voor ons ondergeteekende, Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Ankeveen verschenen Gerardus Ketelaar van beroep arbeider oud negen en vijftig jaren, wonende te Ankeveen, vader van de na te noemen overledene, en Pieter den Hollander van beroep gemeenteveldwachter oud vijfitg jaren, wonende mede te Ankeveen, geen familie van de overledene, welke ons hebben verklaard, dat op den vierden december dezes jaars des morgens ten zeven ure, in het huis staande te Ankeveen, nummer acht en veertig, in den ouderdom van zeventien jaren is overleden Theodora Ketelaar van beroep dienstbode geboren te Ankeveen en wonende te Ankeveen, ongehuwd, dochter van Gerardus Ketelaar bovengemeld en van Elisabeth Meester, zonder beroep, mede te Ankeveen woonachtig.
En hebben wij hiervan opgemaakt deze akte, welke na voorlezing door ons en de tweede genoemde comparant is onderteekend, zijnde door de eerstgenoemde verklaard door onkunde niet te kunnen schrijven.
Akte 34
|