| Tekst |
Heden den veertienden februari achttienhonderd zeven en tachtig, zijn voor ons ondergeteekende, Ambtenaar van den burgerlijken stand der gemeente Ankeveen in het huis derzelve gemeente, verschenen, ten einde een huwelijk aan te gaan,
Johannes Schuijlenburg, geboren en wonende Ankeveen, werkman, oud twee en dertig jaren, meerderjarige zoon van Pieter Schuijlenburg, zonder beroep, wonende te Weesper Carspel en van Aaltje Leurs, overleden -- en -- Margaretha Ketelaar geboren en wonende te Ankeveen, naaister, oud vier en twintig jaren, meerderjarige dochter van Gerrit Ketelaar, overleden en van Elisabeth Meester, zonder beroep te Ankeveen woonachtig.
En hebben zij tot dat einde aan ons overgelegd, vooreerst: de akten waaruit blijkt, dat de Bruidegom aan de nationale militie heeft voldaan
ten tweede: hunne geboorte extracten
ten derde: het extract van overlijden van de vader van de Bruid
ten vierde: het bewijs dat de beide afkondigingen van het Huwelijk alhier op zondagen den dertigsten januarij en den zesden februarij dezes jaars zonder stuiting hebben plaats gehad, en is de moeder van de Bruid mede gecompareerd welke verklaarde hare toestemming tot dit Huwelijk te geven.
Waarna wij hun hebben afgevraagd, of zij elkander aannamen tot echtgenooten, en getrouwelijk al de pligten zullen vervullen, welke door de Wet aan den huwelijken staat verbonden zijn, hetwelk door hen uitdrukkelijk met JA, beantwoord zijnde, hebben wij in naam der Wet
uitspraak gedaan, dat zij door het huwelijk zijn vereenigd. In tegenwoordigheid van:
Pieter den Hollander, gemeenteveldwachter oud vijf en zestig jaren, oom van de Bruid. Hendrik Koster, kleerbleeker, oud zeven veertig jaren; Johannes de Lange, herbergier, oud een en dertig jaren, wonende alle drie genoemde getuigen in de gemeente Ankeveen, en Willem Koopmanschap, werkman, oud zeven en dertig jaren, wonende te Weesper Carspel.
En is hiervan door ons opgemaakt deze akte, welke na voorlezing door ons en de comparanten is onderteekend.
Akte 2 |